De opbouw van een boxspring is afhankelijk van of de Scandinavische of Amerikaanse versie wordt bedoeld. In Duitsland wordt een boxspring meestal opgebouwd volgens de Scandinavische versie. Dit betekent dat er een veerkern in de onderste box zit, een matras met veerkern op de box en een dunne schuimmatras, ook wel "topper" genoemd, op de matras.
Volgens de Scandinavische versie wordt de structuur van een boxspring gekenmerkt door een box met een veerkern op het laagste niveau. Daarop ligt de matras en daarop de topper. Het vaak zeer weelderige hoofdbord zorgt voor de typische boxspring look. Hieronder leggen we de structuur van de boxspring in detail uit.
De onderste box is voorzien van een veerkern die bestaat uit pocketveren of Bonell-veren. De veerkern is gevat in een onderconstructie van massief hout. De onderkast staat op poten, die in de boxspringwereld ook van massief hout zijn gemaakt en verkrijgbaar zijn in verschillende vormen en kleuren.
Volgens het klassieke boxspringontwerp ligt de matras op de box, die in de boxspringwereld altijd een 7-zone tonvormige pocketveringmatras is. Het moeten tonvormige pockets zijn zodat de matras puntelastische (en geen oppervlakte-elastische) ondersteuning biedt en zo het lichaam precies opvangt. De verdeling in 7 zones zorgt er ook voor dat elk deel van het lichaam individueel wordt ondersteund en dat bijvoorbeeld de schouders en heupen meer kunnen wegzakken dan de benen en de taille.
In de boxspringwereld vind je meestal boxsprings die zijn opgebouwd volgens de Scandinavische variant. De topper bovenop zorgt voor gezelligheid en is er ook om het ligcomfort aan te passen aan je individuele behoeften. Als je de voorkeur geeft aan een steviger bed, raden we de koudschuim topper aan. Heb je liever een zachter bed, dan is er de climalatex topper. En als je last hebt van rugklachten of houdt van het thermodynamische effect van visco, de visco topper. Alle toppers zijn voorzien van een klimaathoes.